//Gerse potten, Rotterdamse lesbische strijders in de jaren 70 en 80

Gerse potten, Rotterdamse lesbische strijders in de jaren 70 en 80

Lesbische vrouwen speelden een prominente rol in de Rotterdamse vrouwenbeweging van de jaren 70 en 80. Soms wordt dat feit ondergesneeuwd doordat de strijd tegen de onderdrukking van de vrouw hand in hand ging met strijd voor de lesbo-/homorechten. Acht vrouwen die erbij waren trekken de laadjes open, in hun geheugen én hun persoonlijke archieven. 

Noem de naam Flipofes en alle ogen stralen. “Daar had ik mijn coming out. Ik vond het echt waanzinnig. Het begon op dinsdag maar ik durfde vrijdag pas te gaan”, herinnert Barbara Verburg (1961) zich. Flipofes stond voor Flikker en Pottenfestival, het was in 1980. “Er kwamen duizenden mensen op af, ook uit het buitenland”, zegt Ans Stolk (1953) die in de organisatie zat. Er waren internationale films, bands en theatergezelschappen door de hele stad, van de Lantaren tot Hal4. En er waren exposities in het Lijnbaancentrum en de Doelen. Er was ook feest, veel feest. De stad was opeens heel anders van cultuur door de grote hoeveelheid zichtbare homo’s en lesbo’s. Fenomenaal, onze topervaring uit die tijd. Hier voelde ik me bij thuis.”

Gerse Vrouwen

Deze en talloze andere verhalen uit de Rotterdamse geschiedenis kwamen opeens weer tot leven toen eind 2019 op de zolder van Dona Daria, centrum voor emancipatie, inclusie en participatie, een berg archiefmateriaal van verschillende vrouwenorganisaties werd gevonden. Van een krantenartikel over vrouwenkoor de Houten Kelen tot het COC-blad De Potterdame. De vondst resulteerde in de overzichtstentoonstelling van de vrouwenstrijd in Rotterdam tussen 1960 en 2000 genaamd Gerse Vrouwen, te zien van 5 november tot en met 4 december 2021 bij galerie en erfgoedlab DIG IT UP. 

Acht vrouwen die (ook) op vrouwen vallen en actief waren binnen de vrouwenbeweging van de jaren 70 en 80 hebben voor dit artikel in hun geheugen gegraven. Ze herinneren zich de lesbische componenten van Flipofes. Bets Gijsbregts (1951): “Ik had uniek materiaal, waaronder de cultfilms van de Amerikaanse Barbara Hammer, naar Nederland gehaald, dat was nooit eerder gedaan.” Ans: “Annemarie Grewel kwam spreken, er was een bal met orkest in Engels, er was een Anna Blaman-tour door de stad en op locaties hingen posters: ‘Liever levend lesbies dan doodnormaal.’” 

Ondergesneeuwd

Zo duidelijk zichtbaar als tijdens Flipofes zijn de potten – een geuzennaam – minder als er wordt teruggekeken op de vrouwenemancipatiestrijd, vindt Tineke Teunen (1946). “Eigenlijk is het lesbische in de hele vrouwenbeweging ondergesneeuwd. Als je het historisch bekijkt was de positie van homo’s en lesbo’s tot voor kort nog strafbaar. Daarna werd het nog net getolereerd. Zichtbaarheid vind ik een belangrijk thema. Wij moesten altijd strijden dat we er mochten zijn zonder dat je aangevallen of uitgescholden werd. Dat geldt ook voor zwarte en migrantenvrouwen. Juist de gemêleerdheid máákte de vrouwenbeweging. Dat wordt amper beschreven als je de boekjes erop naleest.” Meestal gaat het over de onderdrukking van de vrouw in het algemeen.  

Abortus Vrij

Jet Valk (1960): “Met mijn punkhoofdje, leren jasje en grote mond stond ik altijd vooraan, ook op de barricades voor Abortus Vrij. Dat vonden wij logisch.” Door onderwerpen als de pil, huiselijk geweld en gelijke betaling werd de LHBT+ strijd soms wat minder zichtbaar. Maar zodra er een homodemonstratie was, zoals de in elkaar geslagen optocht tijdens Roze Zaterdag in 1982 te Amersfoort, waren de dames er ook. “Een deel van ons was fulltime strijder voor zowel de vrouwenbeweging als voor de homo’s, de lesbo’s en de trava’s”, aldus Jet. Velen leefden van een uitkering. Jet: “Wij hoefden ons nooit te laten zien bij de sociale dienst. Ien Dales was de directeur in Rotterdam en liet alle actieve vrouwen achter in de bak zetten.”

Sardines

“De saamhorigheid was fantastisch”, vertelt Barbara. “Je stond meteen op de bres. Hoorden we ‘er is een vrouw verkracht in Amsterdam’ of ‘er is een lesbische juf ontslagen in Helmond’, dan stapten we in de Eend. Als een blik sardines zaten we erin gepropt en reden we erheen om te demonstreren. Onderweg schreven we soms nog een lied, zoals ‘Alle verkrachters onder Lijn 10.” Helma Lodder (1958): “Ik kon het gewoon niet uitstaan dat je als vrouw minder was en als lesbische vrouw nóg minder. Schiet toch op zeg, dat kan toch niet!” “Dat je overal in het land naartoe ging om te demonstreren was typisch Rotterdams, dat deden anderen niet zo”, zegt Carla Spruit (1954). Zij was altijd overal: van het Binnenhof en de basis Soesterberg tot aan de krakersrellen in Amsterdam met ME en tanks aan toe. Verwondingen en nachtjes cel nam ze voor lief. “We liepen altijd vooraan. Soms keken we elkaar vragend aan: ‘Waar lopen we vandaag eigenlijk voor?’”

Baksteen

Er ging wel eens wat kapot. Tineke: “We spoten lijm in de sloten van pornobioscopen.” Jet: “Door de ruit van een seksshop gooiden we een baksteen met het getal 1 erop, een week later volgde nummer 2. Het was wel heftig, maar het hoorde bij die tijdsgeest.” Carla: “We bestormden het clubhuis van fascisten.” Bets: “Ik smeet de lichtbak van bioscoop Calypso kapot omdat er een seksistische film draaide. Dat ging wel ver, ze hadden zoveel schade, dat zou ik nu niet meer doen.” Bets was een van de eigenaren van vrouwencafé Dot dat in 1980 de deuren opende aan de Westersingel en later van vrouwencafé Fameus aan de 1e Middellandstraat.

Waren er verschillen tussen potten en heterofeministen? Tineke: “Het was vanzelfsprekend dat lesbiennes voor hun eigen inkomen zorgden, er was geen partner die dat deed.” Heterovrouwen hadden vaker een gezin, al waren er ook lesbische vrouwen met kinderen. En hoe was het onderling? “Een enkele keer hoorde ik ‘lesbiennes moeten zich niet zo op de voorgrond dringen’, maar verder speelde dat niet, want de lesbische vrouwen waren heel ondersteunend.” “Ze vonden het denk ik af en toe wel beangstigend dat wij heel strijdbaar, actiegericht en aanwezig waren”, zegt Jet. “Maar ze waren maar al te blij als wij bij een demonstratie voor ze gingen staan.” 

Vrouwenhuis

De brutaliteit en de strijdbaarheid van alle vrouwen bij elkaar had wel effect, want de beweging kreeg ongelooflijk veel voor elkaar. Dat begon al in de jaren 70 met het Samenwerkingsverband. Hoe is de vrouwenbeweging in Rotterdam ontstaan en tot bloei gekomen? Lees hier het aparte kader waarin Ans Stolk die erbij was dit vertelt. [LINK] 

In 1977 werd het Vrouwenhuis aan de Vollenhovestraat realiteit. Vanuit het Vrouwenhuis werd baanbrekend werk verricht. Er kwamen Blijf van mijn lijf-huizen, er ontstond de Vrouwenrechtswinkel, de vrouwenopvang, vrouwenzelfverdediging, vrouwenboekhandel Emma, vrouwencultuurcentrum VOX, de FORT-groepen (Feministische Oefengroepen Radicale Therapie), de lesbische hulpverlening Sfinx en de Wijze Oude Wijven. 

Spinnenweb

Barbara: “Alles liep door elkaar, ook qua leeftijd. Wij van vrouwenmaandkrant Hysteria waren twintigers en de VIDO, Vrouwen in de Overgang, waren zestigers.” Ans: “Dat vind ik typisch Rotterdams: iedereen werkte samen. Gestudeerd of niet, heel rijk of heel arm, anarchistisch en actief of verlegen. Iedereen werd gerespecteerd en deed wat op haar eigen niveau lag. Surinaamse en Antilliaanse vrouwen waren er vanaf het begin bij. En in de jaren 80 kregen Filipijnse vrouwen, van wie een aantal in seksclubs werkte, hun eigen ruimte.” Tineke: “Het was een groot spinnenweb, je werkte aan zoveel mogelijk dingen mee en alles was in elkaar vervlochten.” Ze doet een gok: “Ik denk dat er in het Vrouwenhuis in de jaren 80 zo’n 100 tot 150 vrouwen actief waren in zo’n zeventien tot twintig groepen, van wie denk ik 40 procent lesbisch.” 

Dubbelleven

Lesbische vrouwen in een heterohuwelijk ontdekten vanaf 1971 de contactadvertenties in Vrij Nederland, onder het nummer 7152 en begonnen soms een dubbelleven. En dan waren er de heterovrouwen die zich lesbisch noemden, want je ging immers niet met je onderdrukker naar bed en ‘homoseksualiteit is een politieke keuze die vrouwen maken als ze het serieus menen met het feminisme’ aldus de radicale Amsterdamse groep Paarse September (1972-1974). Jet: “Als zandbaklesbo kon ik er niet zoveel mee, maar ik accepteerde iedereen hoor.” Tineke: “Dat nam je toch niet helemaal serieus.” Helma: “Ik was wel in verwarring als iemand later weer iets met een man kreeg: oh ik dacht dat zij zo uitgesproken lesbisch was? Verraad is te sterk uitgedrukt, maar ik vond het wel een beetje lastig.” Bets: “Ik riep wel eens: ‘Alle vrouwen zijn lesbisch behalve zij die het nog niet weten.’ Voor mij was het ook heel erg een politieke keuze, het stond ergens voor.” Ans: “Dit ging niet om seksualiteit, het ging erom te kijken naar wat het voor jou betekent om vrouw te zijn in deze maatschappij. Aan welke vrouwbeelden wil ik voldoen?”

Spionnen

De soms verouderde en onderdrukkende vrouwbeelden waarnaar trava’s of vrouwen in een mannenlichaam teruggrepen, werden niet altijd gewaardeerd. Ze waren aanvankelijk niet welkom in het Vrouwenhuis. “Het zouden spionnen zijn, hoorde ik tijdens een discussie op mijn allereerste kennismakingsdag”, vertelt Helma. “Ik stond met mijn oren te klapperen.” Bij vrouwenfeesten in de jaren 80 waren ze wel welkom. Een piloot die vanwege zijn werk niet als vrouw gekleed over straat kon, werd zelfs opgehaald en weggebracht door Ans en haar vriendinnen. “Wij wilden feest, veel feest”, zegt Jet. Zij organiseerde in de jaren 80 de Net Niet-feesten in het Vrouwenhuis. “Die naam was er omdat het altijd nét niet was: óf de stroom viel uit óf de verlichting ging kapot, noem maar op.” Uniek in Nederland was dat Jet van elke party een combinatie maakte van livemuziek, een DJ en poëzie of literatuur. 

Eetgroep Happie

Helma: “Swingen met de Rotterdamse vrouwenband Molly Bolt in het Vrouwenhuis: heerlijk vond ik dat, supergezellig. Het was fijn om een plek te hebben waar je jezelf kon zijn, waar je nergens rekening mee hoefde te houden en die niet werd niet overheerst door mannen. Het was als een warm bad en het voelde als familie, je stond er nooit alleen voor.” Wekelijks werd er vegetarisch gegeten bij eetgroep Happie ‘de spil in het Vrouwenhuis’. Jet: “Als er iets te doen was kwamen ze eerst bij Happie en hoppeta dan gebeurde het.” Tineke genoot van de jaarlijkse Pottenvechtweek in Olaertsduyn waar ze met allerlei vechtsporten aan de gang ging. En koor de Houten Kelen werd opgericht. Hoewel alle vrouwen welkom waren bij de eet- en zanggroep was het grootste deel lesbisch. Liedjes van De Sirenes waren populair. “Handjes boven de deken want Jezus kan het zien”, begint Barbara te zingen en de rest valt in. 

Riet Bakker

Hoe zorgden de lesbo’s ondertussen voor zichtbaarheid in de buitenwereld? “Overal waar ik kwam zei ik dat ik lesbisch was, dat vond ik heel belangrijk”, zegt Bets. ‘Iedereen lesbies’ spoten de graffitibussen van Tineke in rood en paars op menig muur. Buttons op kleding en stickers lazen: ‘Lesbian liberation’, ‘Ik hetero? Kom nou!’, ‘Potten tegen patriarchaat’, ‘Liever Lesbies’, ‘No more hetero’s’ of ‘Juffrouwen trots’. Want wie niet trouwde bleef een juffrouw en werd geen mevrouw. 

Ien Dales kreeg een relatie met wethouder Elizabeth Schmitz en een prominente pot was ook  stedenbouwkundige Riek Bakker, die leiding gaf aan de vernieuwing van de Kop van Zuid en de bouw van de Erasmusbrug. ‘Baas aan de Maas’ kopte het paginagrote krantenartikel dat tentoongesteld werd tijdens Gerse Vrouwen. In het college zat toen Herman Meijer als wethouder, die als Rooie Flikker aan Flipofes meewerkte.

Burgerlijk

De vrouwen droegen hangertjes met twee of drie vrouwentekens of een amazonebijltje. Ans, die goudsmid was, zaagde de zilveren vrouwentekens. Enkele, dubbele en driedubbele – die overigens niet alleen symbool staan voor lesbisch zijn zegt ze. “Ik denk liever niet in hokjes, volgens mij zit ieder mens op een continuüm tussen homo en hetero. Emancipatie vind ik ook een raar woord. Drie vrouwentekens betekent gewoon dat je niet burgerlijk bent. Wat mij betreft gaat het over je leefstijl en over de herwaardering van ‘het vrouwelijke’, de vrouwelijke energie, of je nou een mannelijk of een vrouwelijk lichaam hebt.”

Grijze muizen

Zoals niet alle feministen lesbisch waren, waren niet alle lesbo’s activistisch. Bets: “Er was een splitsing tussen politieke potten en andere lesbische vrouwen.” Tineke: “Het COC was echt lesbisch, het Vrouwenhuis was wat losser, een verzamelbak, daar kwam iedereen.” Bets: “In het COC had je de grijze dertigers: niet zichtbaar, totaal burgerlijk.” Daar voelde Ans zich op haar 21e in 1974 al niet thuis. “Het was heel heteronormatief. Iedereen was netjes gekleed en als een vrouw met mij wilde dansen, vroeg ze dat eerst aan mijn tien jaar oudere vriendin.” Bij de COC-vrouwenbar op de eerste verdieping van het COC mochten homomannen absoluut niet komen. “In die strengheid herkende ik me niet zo”, zegt Tineke. Helma: “Nog steeds voel ik me vaak meer verwant met feministische heterovrouwen dan met niet-feministische lesbische vrouwen.” Bets: “Ik werd later nog wel eens aangesproken door lesbische vrouwen die niet bij Dot en Fameus kwamen omdat wij zo ontzettend fel waren. Zij mochten er gewoon niet zijn. Toen boeide mij dat niet, maar nu schrok ik er wel van dat het zo heftig was geweest.” Carla: “Het was een ander volk. Het ging ze alleen om hun eigen huisje, boompje en beestje. Niet politiek bewust, ze gingen niet stemmen en waren niet zichtbaar. De grijze muizencultuur.” 

Pesterijen

Geen grijze muis zijn maar zichtbaarheid was dus belangrijk, maar dit was  – en is nog steeds – niet zonder gevaar. Pesterijen en opmerkingen als ‘Je moet gewoon een goede beurt krijgen’ kwamen regelmatig voor. Ans: “Als je ’s avonds op straat iets meer dan gearmd liep was er altijd wel een loslopende man die vroeg: ‘Oh mag ik meedoen?’ of er werden stenen naar je gegooid. Dat gebeurde gewoon. Dit had niks met lesbisch of hetero te maken, het gaat meer over hoe mannen naar vrouwen kijken en al die verwrongen denkbeelden.” Vrouwenboekhandel Emma vertrok uit het Oude Noorden omdat het te onveilig werd en vestigde zich op de verdieping boven Vrouwencafé Dot. Bij Dot zijn de nodige klappen gevallen. Jet: “Het is een paar keer gebeurd dat ik na sluitingstijd niet verder kwam dan mijn fiets en afgevoerd moest worden naar het ziekenhuis.” Tineke: “Een aantal dronken mannen stormde eens binnen en begon te beuken om ons een lesje te leren. Dat was heel heftig.” Bets: “Toen heb ik mijn hand gebroken. We deden aangifte en waren blij dat we serieus genomen werden, al hebben we er nooit meer wat op gehoord.” 

Humeyra

Tot op de dag van vandaag durft Bets niet meer hand in hand te lopen omdat haar buurjongen begon te slaan toen ze zo liep met haar vriendin. “Zij sloeg hem een bloedneus met een sleutelbos, hij spuugde het bloed in mijn gezicht.” Barbara: “Hand in hand lopen doe ik wel, maar ik heb sinds die tijd ogen in mijn achterhoofd.” Jet wordt tegenwoordig niet meer nageroepen. “Als ik nu hand in hand loop, zelfs in de allerslechtste buurt, willen ze me nog eerder helpen mijn boodschappentas naar de auto te dragen.” Nell Broekhuizen (1948), die de vaste DJ was bij de Net Niet-feesten, vrijwilliger bij Blijf van mijn lijf-huizen en barvrouw bij Dot en Fameus, draagt wel nog steeds een fluitje bij zich. “Ik schat een situatie altijd van tevoren in: ‘Ga ik rennen of bijt ik zijn strot eraf?’ Daarna kan ik rustig verder lopen.” Sinds de 16-jarige Humeyra in 2018 is doodgeschoten in de fietsenstalling van het Rotterdamse Designcollege draagt Nell een regenjas met op de rug in wit geverfd: ‘NEE = NEE’.

Nikki Tutorials

Vrouwen- en homogeweld, ze bestaan helaas nog steeds. Maar er is ook ongelooflijk veel bereikt en iedere generatie staat op de schouders van die ervoor. Helma: “Ik heb mee mogen maken dat veel initiateven die toen begonnen als actiegroep nu zijn geïnstitutionaliseerd. En wat ik geweldig vind is dat een Raven van Dorst het zo goed doet en bijvoorbeeld Nikki Tutorials ook bij het Eurovisie Songfestival in Ahoy’. Dat kan allemaal nu.” Tineke: “Je ziet nu meer vrouwen op hoge posities, als CEO van een bedrijf en in de politiek. Er is meer oog voor de waarde die vrouwen toevoegen. De LHBT+ beweging is veel zichtbaarder, er is meer oog voor. En mensen eisen meer hun plek op voor wie ze zijn als er geen bepaald hokje voor past. Dat is een geweldige verworvenheid vind ik. Ook al is er nog discriminatie en geweld, het kan er wel zijn.” 

Echt Rotterdams

Er zijn gaandeweg al wat voorbeelden genoemd maar for the record, wat was nou echt Rotterdams? Ans: “De samenwerking met anderen, bijvoorbeeld met de homomannen voor Flipofes. We hebben het festival ruim een jaar elke zondagmiddag met twaalf mannen en twaalf vrouwen voorbereid.” Dat gays en lesbo’s vrouwen samenwerkten was in die feministische periode vrij uniek. “Landelijk wilden de COC-vrouwen zich afscheiden, maar wij vonden de jongens leuk. De overeenkomsten waren groter dan de verschillen.” Ook Jet probeerde, uiteindelijk met succes, de boel wat meer te mixen in het COC. Helaas hadden de vriendschappen met homomannen ook een keerzijde: intens verdriet tijdens de aidsepidemie. Jet: “Tussen 80 en 83 zijn op twee na al mijn vrienden overleden. Het was verschrikkelijk. Soms stond ik op drie begrafenissen in één week. Ik besefte: het leven is feest, je mag ervan genieten.” Ans had hetzelfde. “Je werd geconfronteerd met je eigen sterfelijkheid. Dus wat restte was: ‘Mensch durf te leven’.”

Tekst: Tanya van der Spek

2021-12-01T11:03:34+00:00december 1st, 2021|Gerse Vrouwen|

Leave A Comment