Gerse Vrouwen en de maatschappelijke positie2021-11-25T13:01:05+00:00

Gerse Vrouwen en de maatschappelijke positie

‘Kerk, keuken en kinderen’, zo benoemde een Rotterdamse wethouder begin jaren ‘70 de rol van de vrouw. Niet alleen mannen, maar ook vrouwen schaarden zich achter het idee dat de maatschappelijke positie niet veel verder reikte dan de keukentafel. ‘Gehuwde vrouwen zouden niet veel animo hebben om buitenshuis te werken’, meende ook een vrouwelijk raadslid destijds. Evenveel geld verdienen en respect krijgen als een man, toegang hebben tot werk en opleiding en het kunnen combineren van werk en zorgtaken houden ook Rotterdamse vrouwen sinds de eerste feministische golf bezig.

In Rotterdam maakte de vrouwenbeweging zich hard voor (alleenstaande) vrouwen in de bijstand en herintreders. Armoede was voor vrouwen vaak een voldongen feit, onder meer door lage uitkeringen, schulden, geen of weinig kans op werk en het tekort aan kinderopvangmogelijkheden. De vrouwenbeweging maakte deze zaken aanhangig door protesten tegen armoede en netwerkcafé’s te organiseren en de Bijstandsvrouwenkrant uit te geven voor vrouwen die aan het werk wilden. Ook de Rotterdamse politiek kwam in beweging, toen in 1982 de nota Vrouwenbestaan uitkwam, waarin ruim 100 aanbevelingen ten behoeve van de positie van vrouwen stonden. De nota werd het uitgangspunt voor het gemeentelijk emancipatiebeleid. Ook werd er gepleit voor een commissie vrouwenzaken (gerealiseerd in 1978) om ervoor te zorgen dat de maatschappelijke positie van vrouwen verbeterd zou worden.

Misschien vind je deze ook interessant: